Voorbeelden uit de praktijk

WOWmiddagen Kinderboeken­week

Op basisschool Sint Jan in Oosteind was er vanuit De Cultuurloper in 2018 een pilot waarbij beeldend kunstenares Marcelle Hilgers een basisschool zocht waar ze culturele activiteiten kon koppelen aan literatuureducatie. Marcelle, Ans van Hooijdonk (Leesconsulent Theek 5), Jeannette Willemse-Broeders (Leescoördinator en ICC-er van Basisschool Sint Jan) en een stagiaire hebben deze pilot ingevuld en samen met de teamleden van de Sint Jan uitgevoerd.

Tijdens de Kinderboekenweek kregen de kinderen per bouw in circuitvorm drie workshops aangeboden. Steeds was een boek het uitgangspunt en werd daarna een culturele activiteit gedaan. Dit werd zo goed ontvangen door de kinderen en het team dat ze nu elk jaar tijdens de Kinderboekenweek zo’n activiteitenmiddag organiseren waarbij literatuureducatie en cultuureducatie gekoppeld worden. Ze zagen zowel bij kinderen als teamleden 'WOW'-reacties: nieuwe ervaringen en tintelingen in de ogen!

De organisatie hebben ze inmiddels iets aangepast. Ze zijn een kleine school, dus hebben ze gekozen om activiteiten te organiseren waaraan de kinderen van alle leeftijden kunnen deelnemen en waaruit ze er zelf een aantal kunnen kiezen.

Bekijk de video waarin Ans en Jeannette uitleggen hoe ze te werk gingen.

De Gulle Boom

'Er was eens een boom ... en hij hield van een kleine jongen.' Zo begint het verhaal ‘De Gulle Boom’ van Shel Silverstein over een bijzondere vriendschap tussen een jongen en een boom.

Dit boek vormde de basis van een literatuurproject voor leerlingen van groep 3 en 4 waarin kinderen filosoferen over het thema vriendschap. Het project reisde in schooljaar 2016-2017 als onderdeel van het kunstmenu langs alle scholen in de gemeente Geertruidenberg. Bij het project hoorde ook een workshop ‘Filosoferen met kinderen over kunst’ voor de leerkrachten.

Kathelijne de Zeeuw, leerkracht van De Wilsdonck in Raamsdonksveer, was één van de leerkrachten die met haar groep met het project aan de slag ging en vertelt over haar ervaring en hoe ze nu nog steeds met het project werkt.

Het project startte de eerste keer met het maken van een grote boom van behang­papier. “Mijn boom was zo’n 2,5 meter hoog en een meter breed en heeft drie of vier jaar aan de muur achterin de klas gehangen.” Toen moest hij helaas opgeruimd worden vanwege schilderwerkzaamheden.

Kinderen geraakt door het boek

Na het maken van de boom wordt het boek voorgelezen. “De kinderen worden echt geraakt door het boek. Het wordt zo mooi verteld en het is zo verdrietig op het eind. De kinderen zeggen dan: “Dat kan toch niet? De boom geeft alles en die jongen die pakt maar en pakt maar.” En dan ga ik met de kinderen filosoferen over vriendschap maar ook bijvoorbeeld over of een boom kan voelen. Maar daar moet je wel veel kinderen mee helpen, want dat zijn ze niet gewend.”

“Ik vind het heel mooi dat bij cultuureducatie vaak het boek nog eens wordt voorgelezen of stukken ervan en dat je dan weer een andere vraag stelt. Je kunt vragen stellen bij het verhaal, bij de afbeeldingen en over de ‘lege plekken’ in het verhaal zoals: Hoe gaat het daarna verder?”

Ruimte voor verbeelding

Kathelijne leest ook voor uit een voorleesboek in de klas wat gewoon een lekker voorleesboek is. Daar verbindt ze geen opdrachten aan vast. Soms pakt ze er wel wat woorden uit voor woordenschat, maar dat is het. Terwijl ‘De Gulle Boom’ zoveel aanknopings­punten heeft voor verwerkings­opdrachten. Ze vindt het mooi dat er in dit boek veel ‘lege plekken’ zitten waarin veel ruimte voor de verbeelding van de lezer is. Zo gaat de jongen van de boom een huis bouwen. De kinderen mogen fantaseren hoe het huis eruit ziet, waar het staat, hoe het er ruikt en mogen dit tekenen en schrijven. Kathelijne is zelf echt gek op lezen, ze leest heel veel en vindt het het allerleukste om te fantaseren over die ‘lege plekken’. “Om je eigen film te maken in je hoofd.”

Complimenten geven

Ook maakt ze bij dit boek altijd de verbinding met sociaal-emotioneel. “Er zitten werkbladen bij de docenten­handleiding met tekeningen van blaadjes en appeltjes waar leerlingen iets op kunnen schrijven en die dan in de boom worden gehangen. Welke complimenten zou je de boom willen geven, wat vind je wel fijn aan de jongen of heb je een tip voor de jongen? Deze schrijven ze op een blaadje en die komt in de boom. Daarna zeg ik: “We hebben nu complimenten gegeven die hoorden bij het boek. Heb je ook een compliment voor iemand in de klas? Wie vind jij lief en waarom vind je die lief en wat doet die persoon dan waarom je hem zo lief vindt.” Die worden op de appeltjes geschreven en ook aan de boom gehangen.”

“Voor een kind is het prettig om zo’n compliment te zien hangen. Die denkt: O ja, ik had dat blaadje gehad van dat kind, want die vond mij zo lief, of die vindt dat ik zo mooi kan schrijven of die vindt het fijn dat ik hem help bij het buitenspelen.”

Hier pakt Kathelijne later in het schooljaar nog op terug. “Dan doe ik met het werkblad met de appeltjes nog een complimenten­ronde. “Weet je nog dat we het met die boom hebben gehad over vriendschap, wat was fijn, wat was minder fijn, heb je voor iemand een compliment: schrijf het op het blaadje en dan hangen we hem weer bij de boom.”

Kathelijne is van plan om nog heel lang met dit boek te werken. “En ik hoop dat er ieder jaar weer een paar kinderen zijn die zich dit project blijven herinneren.”

TIP VAN KATHELIJNE

Stel een startvraag voordat de kinderen naar een verhaal gaan luisteren. "Ik ga een verhaal vertellen en probeer tijdens het verhaal na te denken of vrienden zijn ook wel eens verdriet kan geven of dat je er een vervelend gevoel van kan krijgen in je buik. Ik ga nu het verhaal lezen en denk dan nog eens na over die vraag." Zeker voor de bovenbouw zodat ze weten dat er teruggekomen gaat worden op de vraag. Dan luisteren ze anders.

De Gulle Boom was een literatuurproject voor de groepen 3 en 4, ontwikkeld door Renske van Dillen die toen werkzaam was bij Kunstbalie (nu KunstLoc Brabant).

Fiet wil rennen

Fiet houdt van rennen. Het liefst rent hij de hele dag. Van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat. Zelfs als het regent rent Fiet. De regen klettert dan zo lekker tegen zijn kop. Vooral als hij hard gaat. Maar vandaag gaat Fiet niet hard. Hij staat zelfs bijna stil. Het waait. Het waait verschrikkelijk. Maar Fiet moet en zal rennen!

Het ICC-netwerk in de gemeente Dongen vroeg Het Kunstpodium een project te ontwikkelen voor kleuters bij de disciplines drama en literatuur voor het kunstmenu van schooljaar ’18-’19. De coördinator onderwijs van het kunstencentrum vroeg dramadocente Wies Elshout om projectideeën. Het project ‘Fiet wil rennen’ werd met veel enthousiasme gekozen door de ICC-ers. De groepen 1-2 van elf basisscholen genoten van het lezen van het boek, het kijken en beleven van het tot leven gebrachte verhaal in het digitaal prentenboek, het maken van hun eigen Fiet, de dramalessen door Wies en het samenspel met de ouderen.

Leerlingen Stef Heijs en Otis van Broekhoven van basisschool Heilig Hart en hun juf Marja Jansen, Truus Ekkel, leerkracht groep 1-2 basisschool De Wegwijzer en dramadocente Wies Elshout nemen je mee in het project.

Mocht je interesse hebben in het project Fiet wil rennen dan kan je contact opnemen met Karin Adriaansen, coördinator onderwijs van Het Kunstpodium: karinadriaansen@het-kunstpodium.nl