WORDEN WAT JE WIL #blijelezer

Zelf aan de slag met literatuur­educatie in je groep

Door Renske van Dilles Illustraties: Jill Heesbeen

“This bitter earth – what a fruit it bears”

Tijdens het schrijven van dit artikel luisterde ik naar muziek van Max Richter, The blue notebooks. Het allerlaatste nummer bevat deze tekst van Dinah Washington, die me zomaar ineens, achteroversloeg. Dat heeft ongetwijfeld te maken met de situatie waarin de wereld zich op dit moment bevindt, en het optimisme dat uit deze ene regel, uit nota bene 1960, spreekt.

Ik was geraakt, zomaar, onverwacht tussen alle prachtige kinderboeken die ik verzamelde om dit artikel te schrijven. Het is precies dat waarover literatuureducatie gaat; onverwacht ergens door gegrepen worden dat je je nog niet eerder voorstelde. Iets dat in een nieuwe context, namelijk de jouwe, nieuwe betekenis mag krijgen. Literatuureducatie gaat niet over dát je leest, maar over wát je leest en wat dat voor jou, als mens, betekenen kan. Weet je nog wanneer jij voor het eerst geraakt werd door schoonheid? Herinner je je ook nog hoe? Of wie jou daartoe de weg wees? Ik weet het nog precies en ook de leerkrachten die me de weg wezen vergeet ik nooit. Toch waren het geen grote momenten, maar juist laagdrempelige kleine momenten die vooral gekenmerkt werden door eenvoud, keuze en de afwezigheid van een waardeoordeel.

Over Renske

Renske van Dillen is docent onderzoek, theorie & creatief schrijven aan St Joost School of Art & Design bij de afdeling Illustrated & Animated Storytelling. Daarvoor was zij lange tijd literatuurconsulent bij Kunstbalie waar zij diverse literatuurprojecten voor het basisonderwijs ontwikkelde. Haar kennis van Filosoferen met kinderen en volwassenen zet zij graag in als middel om de individuele én gedeelde beleving van (jeugd)literatuur te versterken.

LITERATUUR­­EDUCATIE

Als het gaat over literatuureducatie, dan spreken we al snel over literaire competenties, over ontlezing en alle problemen die daarmee gepaard gaan. Hoewel ontlezing en bijvoorbeeld een gebrek aan diep kunnen lezen reële problemen zijn, is de rol die literatuureducatie hierin vervullen kan, van een andere orde dan veel lezen in boeken.

Literatuureducatie gaat over bevlogenheid en iets lezen of luisteren waarmee je nog niet eerder op die manier kennismaakte. Is dat beperkt tot het onderwijs? Helemaal niet. Is dat leeftijdsgebonden? Gelukkig niet, maar door een leven lang, vanaf het eerste begin, in aanraking te komen met verhalen en gedichten die je raken, word je wel steeds competenter in het begrijpen en waarderen van heel verschillende teksten en leer je steeds beter je eigen weg te vinden in het enorme aanbod. Een aanbod dat veel rijker is dan we ons vaak realiseren als het woord literatuur valt.

In dit stuk ga ik uit van literatuur in al haar verschijningsvormen waarmee kinderen en jongeren van vandaag te maken krijgen: storytelling via series op Netflix en in games, podcasts over literatuur, apps en websites waar tieners zelf schrijven wat ze volwassenen in een onderwijssituatie nooit zouden laten lezen, instapoetry en ja, ook boeken, want die rijkdom moeten we ze niet onthouden, maar het boek is niet het ultieme doel van literatuur­educatie. Aan de hand van het thema van de Kinderboeken­week probeer ik te laten zien hoe je zelf als leerkracht laagdrempelig aan literatuur­educatie kunt doen in de klas: in een project, maar ook door het jaar heen in korte inspirerende momenten.

DE LITERAIRE TEKST

Aan de basis van elk literair project liggen teksten die we op de een of andere manier het stempel (jeugd)‘literatuur’ geven. Hoe kom je nu tot een goede keuze van teksten? Wat zijn kenmerken van literaire teksten en meer specifiek literaire teksten voor kinderen? Dat is minder moeilijk dan het lijkt, want literaire teksten zijn te herkennen aan een aantal concrete elementen die samen het literaire gehalte van de tekst bepalen.

“Het begint bij aanvoelen dat er in de tekst iets bijzonders aan de hand is, dat je interessant genoeg vindt om door te lezen.”

Literatuur is verhalende fictie of poëzie in een oplopende graad van complexiteit. Dat betekent concreet dat je je bepaalde vaardigheden eigen moet maken om alle elementen van de tekst te kunnen begrijpen. Dat betekent niet, dat je dat dan ook meteen moet kunnen of dat je een tekst helemaal niet kunt waarderen als je dat nog niet helemaal in de vingers hebt. Als de poëtische kracht van de taal in een jeugdroman je raakt, betekent dat niet per se dat je ook alle thema’s of motieven van dat boek kunt benoemen. Het begint bij aanvoelen dat er in de tekst iets bijzonders aan de hand is, dat je interessant genoeg vindt om door te lezen. Dat heeft ook te maken met een tweede kenmerk, namelijk de afwijkende vorm of inhoud van de tekst: zoals een prentenboek voor de bovenbouw waarin de tekst het midden houdt tussen verhaal en gedicht. Het werk van Shaun Tan is daarvan een goed voorbeeld: omdat de prenten zo gedetailleerd zijn en de tekst vaak schaars, oogt het als materiaal voor de onderbouw, maar de thematiek en de filosofische insteek van de teksten sluiten eerder aan bij leerlingen in de bovenbouw van het basisonderwijs.

Een verhaal met een open einde is ook een voorbeeld van zo’n afwijkende vorm, die ook een derde element zichtbaar maakt: open plekken in de tekst. Het zijn die ruimtes die door de leerling zelf ingevuld moeten en kunnen worden en daartoe biedt een goede tekst ook altijd de nodige handvatten: je kunt beredeneren waarom een verhaal op een bepaalde manier af zal lopen, omdat die afloop bijvoorbeeld past bij het personage waarmee de lezer zich al een verhaal lang identificeert. Zo’n personage maakt niet ineens hele andere keuzes dan in de rest van het verhaal, tenzij dat natuurlijk past bij de ontwikkeling die zo’n personage doormaakt. Open plekken worden ook gekenmerkt door dingen als metaforen of ironie, zaken die kinderen grotendeels door ervaring met teksten ontwikkelen doordat ze actief betekenis moeten verlenen aan wat ze lezen. En tot slot worden literaire teksten gekenmerkt door de ruimte die de lezer krijgt om zelf te interpreteren. Daarmee kun je als lezer immers de tekst van jou maken, je de tekst letterlijk eigen maken.

Over de grenzen van literatuur spreken is in dit verband niet zo zinvol: het gaat er tenslotte om het doel voor ogen te houden dat met literatuureducatie nagestreefd wordt: het leren waarderen van teksten die waardevol voor jou als mens zijn en daarin vooral je eigen weg kunnen vinden. Hoe minder kenmerken van literatuur een tekst heeft, hoe lastiger dat is: een tekst die volledig uitgewerkt is, in plot, in vorm herkenbaar, laat weinig ruimte aan het kind om er zelf nog iets van te vinden of in zijn hoofd aan toe te voegen vanuit zijn eigen (lees)ervaring. Hoe fijn het ook kan zijn om je als kind te verliezen in ‘De Boomhut van 130 Verdiepingen’, aan de verbeelding wordt weinig overgelaten. Het voldoet immers aan een verwachting en wijkt daar niet vanaf.

WORDEN WAT JE WIL

Bij het bedenken van een literatuurproject, hoe groot of klein ook, is het handig een aantal stappen te doorlopen. Deze manier van ontwerpen werkt als een recept in een kookboek: sommige mensen volgen de stapjes in de gegeven volgorde, maar anderen keren ook wel eens een stapje om of voegen zelf iets toe. Neem die vrijheid altijd, want als leerkracht heb je natuurlijk net als jouw leerlingen bepaalde voorkeuren voor hoe je je leer- en ontwerpproces inricht. Waar je begint in het proces bepaal je uiteindelijk zelf.

Wat is het probleem?

Wat hoop je dat je leerlingen aan het einde van je project ontdekt en geleerd hebben? Het Grote Doel van literatuureducatie zul je echt niet bij alle leerlingen in dat ene project bereiken, daarom is het goed je af te vragen wat kleine, waardevolle stappen zijn. Bij het thema van de Kinderboekenweek kun je bijvoorbeeld heel concreet denken aan hoe je het thema zelf met je leerlingen wilt invullen: ‘Worden wat je wil’ hoeft natuurlijk niet alleen over beroepen te gaan. Leiden we kinderen immers niet nu op voor beroepen die er nog helemaal niet zijn? Wat zijn bijvoorbeeld beroepen die nog niet bestaan of die in de ogen van volwassenen nooit zullen bestaan? Je zou zomaar eens wereldreiziger of dromenverteller kunnen worden. En wat als je ‘gelukkig wilt worden’? Of vader? Of Koning? Denk voor jezelf dit soort vragen uit: wat zouden kinderen kúnnen antwoorden in plaats van: wat zou voor de hand liggen binnen het kader dat het thema benoemt? In het eerste geval is er veel openheid, in het tweede geval komt er een plankje boeken over beroepen de klas in. En hoe jonger de doelgroep, hoe meer stereotiep dat aanbod is.

“‘Worden wat je wil’ hoeft natuurlijk niet alleen over beroepen te gaan”

Bedenk hoeveel tijd en ruimte je wilt inrichten voor dit project. Bedenk ook hoe het valt binnen de rest van het onderwijs: de Kinderboekenweek gaat op jouw school waarschijnlijk niet alleen over literatuureducatie; het is ook een mooi moment om aan leesbevordering in het algemeen te doen. Dat betekent, dat je de ruimte kunt afbakenen: van de hele Kinderboekenweek besteed je bijvoorbeeld heel specifiek 3 uur aan literatuur: hoe bed je dit in de rest van het programma in? Hier hoort ook: je hoeft niet alles alleen te doen! De leesconsulent van de bibliotheek, de leescoördinator op school, de intern cultuurcoördinator, maar ook ouders kunnen hierin vaak een mooie rol vervullen.

Praktische kaders

Als je duidelijk hebt welke kaders je stelt, kun je ook mensen heel gericht benaderen met een hulpvraag. Als je bijvoorbeeld besloten hebt dat je 3 uur hebt en je wilt misschien één gedicht als uitgangspunt nemen, maar je hebt geen goed idee waar je moet beginnen met zoeken. Vraag bijvoorbeeld eens die ouder die docent Nederlands is of de leesconsulent van de bibliotheek die vorige keer zo’n bijzonder gedicht voorlas van je-weet-niet-meer-wie, enzovoort.

Met een beetje geluk bezorgt je hulp je niet alleen dat bundeltje waar dat gedicht over het ‘worden van lievelingskind’ in stond (‘Wat je moet doen als je over een nijlpaard struikelt’ van Edward van de Vendel & Martijn van der Linden), maar ook bijvoorbeeld ‘Ik juich voor jou’ van Edward van de Vendel & Wolf Erlbruch of ‘Ik zoek een woord’ van Hans en Monique Hagen. Heb je zomaar je eigen arsenaal weer een stukje verder uitgebreid.

Verzamelen

Dit is vaak de meest vanzelfsprekende fase: je struint het internet en de bibliotheek af op zoek naar allerlei materialen die je kunt verbinden met je thema. Laat je in dit geval leiden door veel meer dan alleen de bibliotheek­catalogus, want in deze fase zul je ook veel ideeën voor verwerkings­opdrachten opdoen.

“Ga steeds terug naar je doel: wat wilde je ook alweer bereiken met deze specifieke les(sen)?”

Het gevaar van deze fase is altijd dat je zoveel leuke, spannende ideeën opdoet, dat je door de bomen het bos niet meer ziet. Ga daarbij steeds terug naar je doel: wat wilde je ook alweer bereiken met deze specifieke les(sen)? Maak bijvoorbeeld een prikbord of een collage van ideeën waarbij je je doel in het midden schrijft. Later kun je dat dan verder concretiseren, bijvoorbeeld door hiervan een mindmap te maken zodat je meer structuur in de ideeën aan kunt brengen.

Kijk in deze fase wel breed: niet alleen boeken dus, maar kijk bij volwassenliteratuur en -poëzie, luister zelf een fijne podcast, zoek graphic novels, kijk op instagram, etc. Kijk ook naar ideeën van anderen, maar maak er straks wel jouw project van dat klopt bij jouw groep. Luister bijvoorbeeld eens naar De grote vriendelijke podcast. Behalve de bibliotheek, boekenzoeker.org (en de leesconsulent) kun je je verzameling op deze plaatsen naar hartenlust uitbreiden: zoek online naar ‘stiftgedichten’, kijk op Netflix eens met andere ogen naar een serie of film die kinderen interessant vinden en zoek er een tekst bij (het oorspronkelijke boek, of iets in hetzelfde genre), zoek naar games met een verhaal (‘games storytelling’ als zoekwoorden), dewaanzinnigepodcast.nl, download de app ‘Wattpad’ op je telefoon of ipad voor verhalen en gedichten van jonge amateurschrijvers.

Trechteren

Van welke materialen en ideeën die je verzamelde word je nu écht enthousiast? Jouw enthousiasme, mits niet over de hoofden van de kinderen, werkt zeker door in je les. Kijk van hieruit welke materialen voldoen aan de kenmerken die passen bij (jeugd)literatuur. Maak keuzes vanuit je vooraf gestelde doel (of stel hier je doel vast door wat je verzamelde als dat meer jouw leerstijl is). Kies bijvoorbeeld voor één tekst of één poëziebundel. Schift in deze fase goed wat daadwerkelijk het materiaal is dat de basis vormt als literatuur en wat eigenlijk gewoon interessante verwerkingsvormen zijn. Bieden die mooie kleine gedichtjes op Instagram of Pinterest bijvoorbeeld écht genoeg ruimte voor interpretatie of is het meer een mooie verwerkingsvorm?

Verwerking

Ondanks dat je als het goed is al getrechterd hebt, misschien al een mindmap gemaakt hebt, stapelen de leuke en goede ideeën zich hier vaak nog verder op. Maak daarom een lijstje van mogelijke verwerkingsvormen en durf daarvan dingen overboord te gooien: bewaar die mooie ideeën voor een volgende keer. Veel is niet per se goed. Bij de verwerking zijn vele van de huidige literatuurvormen die zich hebben losgemaakt van het papier prachtige ingangen voor verwerking: de podcast die jouw leerlingen maken en die je ook nog eens heel eenvoudig met ouders kunt delen, een blog of mini graphic novel, het spreekt bijna voor zich.

WAT LAATSTE TIPS

Mooi vinden

Omdat het bij literatuureducatie voor een groot deel gaat om beleving van schoonheid, is hoe dat ervaren wordt, per kind heel verschillend. Hoe ouder kinderen zijn, hoe kritischer ze zijn op wat hen aangeboden wordt. Onthoud vooral dat niet alle kinderen wat jij aanbiedt, mooi hoeven te vinden. Ze leren ook andere vaardigheden en in de verwerking heb je de ruimte om meer op maat te ondersteunen. Ook een afkeer van een bepaalde tekst is eigenlijk een voorkeur. Als het kind dat leert benoemen, is dat een leerpunt en een aanleiding om op zoek te gaan naar iets nieuws. Het zet iets in gang dat een lange adem vraagt.

Keuzes maken

Geef kinderen een keuze in hoe ze met de verwerking aan de slag gaan, maar geef hen wel duidelijke kaders. Bijvoorbeeld: teken een strip waarmee iemand die het boek niet kent, toch weet wat het verhaal is; schrijf een gedicht van minimaal 6 regels bij de scène die jij het mooist vond; maak een film van maximaal drie minuten over de hoofdpersoon van het verhaal; schrijf een extra scène die ook in het boek zou kunnen voorkomen.

Hoe werkt het?

Laat kinderen zien hoe verhalen en gedichten functioneren, hoe zit het in elkaar? Bijvoorbeeld: een gedicht kan rijmen, maar dat hoeft niet, laat voorbeelden zien, maar vooral ook horen; zijn er misschien stijlmiddelen die je kunt laten zien, zoals overdrijving of ironie? Wat poëzie betreft zijn Poëzie HARDOP van Hans en Monique Hagen en bijvoorbeeld de beeldsonnetten van Ted van Lieshout prachtige hulpmiddelen om daarmee aan de slag te gaan. Maar ook als het gaat om de structuur van verhalen vertellen, kun je kinderen in de bovenbouw heel goed laten zien dat er zoiets als een drie-acten-structuur bestaat, omdat ze die in alle Disney- en Pixarfilms zullen herkennen. Pixar legt dat in een aantal filmpjes beeldend fantastisch uit (zoek op ‘Pixar storytelling rules’ op youtube).

Schrijven

Lezen en schrijven gaan hand-in-hand: wie schrijft, leert anders en beter lezen. Het is net als tekenen: wie tekent leert beter kijken. Kinderen kunnen bijvoorbeeld een gedicht schrijven als verwerking bij een verhaal of ze schrijven een script voor een game, een liedje op bestaande muziek. Let daarbij niet op taal- en spelfouten tijdens het proces, dat kan achteraf. Het verstoort het creatieve proces en doet iets met het zelfvertrouwen van kinderen. Dichten en verhalen vertellen is niet afhankelijk van spellen. Veel dyslectische kinderen bijvoorbeeld zijn heel goed in staat om gedichten en verhalen te schrijven, juist omdat zij ook vaak (maar niet altijd natuurlijk) in beelden denken.

Ga in gesprek

Eigenlijk is elke literatuur­ervaring een stapje op weg naar een betere leesbeleving. Om daarop meer zicht te krijgen en om het kind daarin zelf meer inzicht te geven, is gesprek een hele belangrijke verwerkingsvorm. Gesprekken over literatuur gaan als het goed is niet uitsluitend over vorm of intentie van het werk, maar juist ook over beleving en de verbinding met wat hen buiten de wereld van het boek bezighoudt: bijvoorbeeld de vragenkaartjes van Aiden Chaimbers of een meer filosofische insteek zijn daarvoor heel geschikt. De website www.filosovaardig.nl is een mooie ingang voor wie daarmee nog niet eerder werkte.

Werken aan literatuureducatie staat nooit op zichzelf. Als het goed is, is het ingebed in het jaarprogramma van school, als een vanzelfsprekend onderdeel daarvan. Als literatuureducatie niet als onderdeel van leesbevordering gezien wordt, maar los daarvan moet staan, dan missen we de kern van waar het om draait: dat we kinderen iets willen meegeven van de kracht van de taal die ons ontroeren, troosten en gelukkig maken kan. Dat is precies wat we allemaal wel weten maar soms vergeten zijn, omdat we onszelf vaak niet meer de rust durven geven om te mogen lezen. Zelf lezen ligt aan de basis van literatuureducatie, dus: wat wordt jouw eerstvolgende boek, podcast, film, #instapoëzie?

Verder lezen, luisteren, kijken?

Een podcast over kinderboeken

Een podcast voor en door kinderen over boeken

Filosoferen voor kinderen voor beginnende en meer ervaren leerkrachten

Kinderboeken zoeken op basis van je voorkeur

Poëzie-lesideeën voor po en vo

Alle vragen van Chambers bij elkaar

Alles over de achtergronden van leesbevordering

Lesvoorbeelden bij jeugdliteratuur

In het Engels, maar veel digitaalspelletjes om poëzie te maken

Veel voorbeelden van de relatie tussen taal en beeld

Ted van Lieshout Rond vierkant vierkant rond

Inhoudelijk en praktisch beeldend boek over de vorm van poëzie

Hans en Monique Hagen Poëzie HARDOP

Querido Amsterdam (2019). Columns over jeugdpoëzie & gedichten van verschillende dichters